RICHMOND FONTAINE : THE FITZGERALD

 

  1. The Warehouse Life
  2. Welhorn Yards
  3. Black Road
  4. Incident at Conklin Creek
  5. Disappeared
  6. Casino Lights
  7. Exit 194B
  8. Laramie, Wyoming
  9. The Janitor
  10. Don't Look and It Won't Hurt
  11. Making It Back
    Bonus Tracks (from Post To Wire, 2004) :
  12. Barely Losing
  13. Through
  14. Two Broken Hearts
  15. Post to Wire
  16. Polaroid
  17. Always on the Ride
  18. Allison Johnson
  19. Willamette
  20. Valediction

Label : El Cortez Records

Release Year : 2005

Length : 72:22

Review (FileUnder) : The Fitzgerald uit de titel van de nieuwe plaat van Richmond Fontaine schijnt een hotel annex casino in Reno te zijn, de tweede gokhoofdstad van de Verenigde Staten en tevens de geboorteplaats van frontman Willy Vlautin. Maar met glitter, glamour en andere kitsch heeft deze plaat niets van doen. Zanger/gitarist Willy Vlautin klinkt op The Fitzgerald alsof hij al zijn geld vergokt heeft, nadat hij zijn baan en zijn huis kwijt is geraakt en ook zijn vrouw en zijn hond hem hebben verlaten. Alleen in een hotelkamer, omringd door lege drankflessen en een volle asbak, voorzichtig zoekend naar woorden om zijn ellende te beschrijven en akkoorden om die treurnis te begeleiden. Pas bij de vijfde track, "Disappeared", krijgt hij gezelschap van een droeve piano en van drummer Sean Oldham (geen familie) die voorzichtig met brushes speelt om de setting te vervolmaken. Hoewel vanaf dan de begeleiding niet meer alleen uit een akoestische gitaar bestaat, blijven de songs hun intieme karakter houden. Uncut benoemde The Fitzgerald tot Americana-plaat van de maand juni. Vond je Bruce Springsteen's Devil and Dust vooral saaier dan een goed vervolg op diens Nebraska, dan vind je in Richmond Fontaine's The Fitzgerald een beter alternatief.

Review (Humo) : 'Reno's most exciting casino and hotel, located in the center of all the fun and excitement.' Zo gilt Fitzgeralds Casino & Hotel ons tegemoet vanaf hun website. Willy Vlautin, Reno-native en zanger/songschrijver van Richmond Fontaine, brengt er graag de tijd door. Veel fun and excitement komt hij er niet tegen, wel losers en outcasts die voor de zoveelste keer hun laatste cent verspelen aan de goktafel. Zij bepalen dan ook de sfeer op 'The Fitzgerald', een plaat die - we zeggen het maar vast - rond december 2005 in tal van eindejaarlijstjes zal opduiken. 'The Fitzgerald' is een collectie short stories in de beste Amerikaanse traditie, die Willy Vlautin - een Springsteen zonder limousine, een Waits zonder overacting - vestigt als een van de meest integere songschrijvers van zijn generatie. Het is ook een subtiele oproep tot menslievendheid, compassie en andere onmodieuze begrippen. Elke song is een aangrijpende kortfilm, met hoofdrolspelers die op zoek zijn naar geluk en genegenheid; mensen die niets kwaads in de zin hebben, maar zich wel met een rotvaart richting het eigen noodlot begeven, zoals het misbruikte en vermoorde kind in 'The Incident At Conklin Creek'. In 'Disappeared' wordt een man opgeslokt door zijn verdriet ('He disappeared into heartbreak'), en het laatste bezit van de gokverslaafde in 'The Warehouse Life' is een gebroken hand. 'Broken, blown, lost and blue.' Gelachen wordt er niet op 'The Fitzgerald', maar de plaat kan je wel ontroeren, zoals in 'The Janitor' waarin een zwaar mishandelde vrouw troost vindt bij de ziekenhuisportier. Of 'Laramie, Wyoming': een jongetje loopt van huis weg, wordt niet eens gemist door zijn moeder, maar vindt beschutting bij een tante. 'When she saw him, she held him and promised she'd never make him go back.' Prachtige teksten verdienen prachtige muziek. Ook die is er, zij het uiterst sober. Stem, gitaar, een galmende piano, een simpele melodie: meer is het vaak niet. Soms zetten bas en drums een shuffle in, en in 'Don't Look And It Won't Hurt' klimt het tempo even, maar verder is dit een rustige, folky plaat in dienst van Vlautins briljante vertellingen. Wie Richmond Fontaine pas sinds hun vorige cd kent, het soms stevig rockende 'Post to Wire', moet wellicht even wennen. Maar wie eenmaal door 'The Fitzgerald' wordt gepakt, is reddeloos verloren.

Review (Goddeau) : In een kitscherige gokstad gaan mensen op zoek naar dat kleine klompje geluk, terwijl ergens op een goedkope hotelkamer een man en zijn gitaar in eenzaamheid liedjes schrijven. Het begin van een zoveelste clichématige Hollywoodproductie, zegt u? Vergeet het maar. The Fitzgerald, het nieuwe album van Richmond Fontaine, is precies zo tot stand gekomen. The Fitzgerald is een casino annex hotel in Reno, de voormalige thuisbasis van Richmond Fontaine’s frontman, Willy Vlautin. In de twee weken dat hij er verbleef om zijn moeder te bezoeken, schreef Vlautin de meeste nummers voor The Fitzgerald bijeen. En dat is er aan te horen. De songs klinken alsof Vlautin zijn melancholie met Jack Daniels aanspreekt. Beelden van treinen die horden gelukzoekers afleveren, mannen met een kantje af die aan de bar hun verlies proberen te verteren, serveersters die eigenlijk dromen van een filmcarrière… Het is moeilijk om jezelf niet te verliezen in dergelijke dromerijen bij het beluisteren van The Fitzgerald.. Post To Wire, de voorganger van The Fitzgerald, betekende een bescheiden doorbraak voor Richmond Fontaine. Het grote publiek heeft de band nog niet ontdekt, maar in de eindejaarslijstjes van onder meer Uncut behaalde de plaat mooie ereplaatsen. Met de nieuwe plaat gaat Richmond Fontaine echter niet op dat élan verder. Post To Wire was een groepsplaat en bevatte een stuk meer stomende rock. Niets daarvan op The Fitzgerald. In samenspraak met producer JD Foster werd geopteerd voor verregaande soberheid. Veel meer dan een akoestische gitaar, wat piano en de bezielde stem van Willy Vautlin, is er op The Fitzgerald niet te horen. Op een naakte plaat als deze komen ook de lyrics meer naar voren. Vautlin wilde dan ook een verhalenplaat maken. The Fitzgerald bevat elf verhaaltjes die allen baden in dezelfde sfeer van weemoed en troosteloosheid. Vautlin voert een hele reeks opgejaagde, afgeleefde personages aan die de mooie kant van het leven enkel van horen zeggen kennen. Het soort karakters waar Jambers indertijd een hele jaargang mee had kunnen vullen. Ons favoriete verhaal is dat van de jongen en zijn vader die een lijk vinden in de woestijn ("The Incident At Conklin Street"): "We stayed the night in a road side motel/dad had a bottle of Old Crow and he finished it/As he lay passed out on the bed I knew I’d never sleep/’cause it could have been my dad or me". Dylan zou goedkeurend knikken. Muzikaal sluit The Fitzgerald nog het beste aan bij de desolate Americana van een ingetogen Ryan Adams. Al mogen we in dit verband ook niet nalaten Nebraska van Bruce Springsteen te vermelden. Zeker op het bijtende "Black Road" en op "Laramie, Wyoming" is The Boss in zijn beste dagen nooit veraf. "Disappeared" en "Casino Lights" hebben dan weer het gevoel van een jonge Tom Waits. Tussen de overvloed aan plaatjes van hippe, jonge bands, dreigt de schoonheid van Richmond Fontaine wat onopgemerkt te blijven. Het valt nog te bezien of de Britse pers ook deze keer oog zal hebben voor de band in zijn eindejaarslijstjes. Wij alvast wel.