TIMESBOLD : ILL SEEN ILL SUNG

  1. Old Hannah
  2. Any Lethal Storm
  3. All Readymade
  4. Takeaway
  5. When I Come Around
  6. Hollow Halo
  7. Mama
  8. Cançäo Bebendo
  9. Fencepost
  10. Recover Ring
  11. Lame Horse
  12. Be Leaving
  13. Far to Strange

Label : Zeal Records

Release Year : 2008

Length : 45:12

Review (Goddeau) : Hoelang kan een recensent blijven doorgaan over een "goed bewaard geheim"? Na hoeveel platen wordt het pathetisch te klagen dat de zwijnen de parels alwéér niet herkennen? Welaan dan, met het risico onszelf compleet belachelijk te maken: nog maar eens een pleidooi voor Timesbold. Voor de derde keer alweer pakt de groep rond de naar Portland verhuisde New Yorker Jason "Whip" Merritt immers uit met een knap americana-album dat Bonnie ’Prince’ Billy and the likes rustig in de ogen kan kijken en qua arrangementen zelfs ver achter zich laat. Nu Merrit zijn zware verslaving achter zich heeft kunnen laten, was hij meer betrokken bij de opnames. Dat vertaalt zich in een meer gefocuste plaat met minder dalen, maar ook minder uitschieters. Een hoog niveau houdt de groep echter altijd aan, daarvoor zorgt vaste producer en groepslid Max Lichtenstein. "Old Hannah" past perfect in de traditie van ijzersterke openers (herinner u het wondermooie "Bone Song" van op voorganger Eye Eye) die de groep al een tijdje in ere houdt. De worksong verwijst naar "Go Down Old Hannah", één van de oudste bluesnummers uit de opnames van Alan Lomax, en laat een Timesbold horen dat veel meer rockt dan we tot nu toe van hen gewoon waren. Niettemin is het een schijnmanoeuvre, want daarna zitten we opnieuw op bekend terrein. Dat van de mandolines, zingende zagen en nog vijfentwintig andere instrumenten namelijk. Nog steeds kleurt de groep met een erg breed palet, dat de pakkende songs van Merritt van meer reliëf voorziet. De ene keer wordt er getokkeld op een banjo, terwijl rond de band een orgel als een wervelwind opsteekt en weer gaat liggen ("Any Leathal Storm"), terwijl een paar nummers verder de twang van een lapsteel en een zaag te horen is ("Hollow Halo"). IJzingwekkend wordt het even in "Take Away". "No dramamine, no heroin can shield me from the sound / so take me away, I’m weary as hell" fluistert Merritt in het holst van de nacht, met het scheermesje voor zich op de keukentafel. "Er zit ook humor in mijn platen", bezweert Merritt echter, en die lichtere kant krijgt het toch nog steeds erg zwaarmoedige Ill Seen Ill Sung wel degelijk. Speels gaat het er ook aan toe in het wiegende "Fencepost" dat halverwege een heerlijk cabareteske break krijgt met een speelgoedpiano. Ook tekstueel is de zanger in een vrolijkere bui en getuigt hij van een verbazende luchtigheid. "Canção Bebendo", een Portugese traditional, deelt zelfs niets meer mee dan levenswijsheden als "If I don’t drink I go dry / And dry I cannot sing / If I can’t sing I die / And dead I cannot love" — al is dat dan wel tegen een uitzonderlijk dreigende en dramatische strijkersachtergrond gezet. In "Recover Ring" zitten we weer op vertrouwd americana-terrein, en met "Lame Horse" zet Merritt nog een oud liedje uit zijn kindertijd naar zijn hand. "Far To Strange" mag afsluiten, maar het is "Be Leaving" dat de deur al zachtjes dicht trekt. Met een eenvoudige banjo begonnen, laat Lichtenstein de band vollopen met zweverige belletjes, gezoem, … en trippelt de plaat met een mooie belletjes-outro langzaam naar zijn einde. Zo zijn we klaar met alweer een wondermooie plaat van het schromelijk onderschatte Timesbold, dat in eigen land zelfs niet eens een platencontract heeft. Niet dat het Merritt kan schelen — " het is een kloteland" — maar het is een schande. Maak het snel goed door hem tenminste in Europa het publiek te gunnen waar hij recht op heeft.

Review (Digg) : In een wereld vol miskende talenten is het niet echt eenvoudig er nu net dié uit te halen die uw aandacht zeker verdienen. We kunnen ze enkel maar een voor een aan u voorstellen en Jason Merritt is de volgende in het rijtje. Nochtans is België, mede dankzij Duyster, een modelstaat voor de uit Portland afkomstige singer-songwriter, want zowel met zijn soloproject Whip als met zijn band Timesbold doet hij elk jaar verschillende keren ons land aan en heeft hij een schare aan trouwe fans verzameld. Maar als je weet dat Timesbold zelfs nog geen Wikipediapagina heeft (en we hebben het hier niet over de Nederlandstalige), dat besef je dat er iets schort. Gelukkig is er het Belgische Zeal Records om Jason een thuis te geven. ‘Ill Seen Ill Sung’ is het derde full album van Timesbold, vier jaar na het erg geslaagde ‘Eye Eye’. In de tussentijd bleef Jason Merritt niet op zijn muzikale honger zitten want met Whip bracht hij vorig jaar (Blues For Losers) en drie jaar geleden nog een plaat uit. Timesbold is echter meer dan Whip en bestaat uit vijf groepsleden die een geluid creëren dat niet gek veraf ligt van Merritt solo, maar iets meer fond in de americana en alt.country legt. Inderdaad, we zitten in het gebied van Magnolia Electric Co., Phosphorescent en South San Gabriel, oftwel rustige, melancholische zielsroerselen met een groot belang voor het tekstuele. De hoes van ‘Ill Seen Ill Sung’ toont een felgekleurde haan die wanhopig probeert een verkilde, dode omgeving wakker te schreeuwen. “I think it’s been a long time / Since I’ve had a good time”, opent ‘All Readymade’. Om maar te zeggen dat de thematiek van Merritts teksten nog steeds geen reden tot vrolijkheid oplevert. Komt daar nog eens bij dat zijn getormenteerde, klagende stem alles in de passende sfeer onderdompelt, met als resultaat een zwarte parel of het derde geslaagde Timesbold album. Opener ‘Old Hannah’ is onmiddellijk een mooi. De stemming is somber zonder aan levendigheid in te boeten; de begeleiding is verzorgd met een warm orgel als meest kleurrijke instrument. Hetzelfde kan gezegd worden van het volgende ‘Any Lethal Storm’, al werkt het geheel hier nog iets beter. Het tempo ligt ook wat hoger, wat gezien het krachtige thema beslist past. Vooral de soms bedoeld krampachtige, steeds drukke begeleiding is hier de moeite. De beste ballad op ‘Ill Seen Ill Sung’ – en een van de mooiste songs die Timesbold heeft uitgebracht – kreeg de titel ‘Mama’. Orgel en een akoestische gitaar houden alles eenvoudig, zodat de gebroken stem van Jason Merritt beter tot haar recht komt. Eenzelfde erg geladen sfeer vinden we terug op de Portugese, vertaalde traditional ‘Canção Bebendo’. De zwevende orgelmelodieën hadden van een koor kunnen zijn en de tweede, volledig instrumentale helft is nog maar eens een voorbeeld van de fantastische arrangementen op Timebolds derde full album. ‘Fencepost’ is zeker naar het einde toe opvallend wervelend en maakt gebruik van een passend zingende-zaageffect. ‘Recover Ring’ is een puike ballad, gedrenkt in de karakteristieke melancholie van Timesbold. ‘When I Come Around’ heeft niets te maken met Green Day, maar brengt ons Merritts vibrerende stem in combinatie met rustig banjogepluk in een typische countrysetting. ‘Ill Seen Ill Sung’ had de naam van een Noord-Koreaans staatshoofd kunnen zijn maar blijkt als derde langspeelplaat van Timesbold iets toegankelijker. Was de wereld van Jason Merritt even vrolijk als zijn nummers, we zouden voor geen geld willen ruilen. Gelukkig weet de Amerikaan als geen ander zijn melancholische momenten om te zetten in americana van hoog niveau. ‘Ill Seen Ill Sung’ is minstens even beklijvend als hun voorgaande werk en is op en top Timesbold.

Review (Humo) : 'I can make a willow cry / With a wicked sound / Jam yr fingers in yr ears / When I come around': dat laatste zouden we zeker niet doen als Jason Merritt in de buurt is, maar dat de man een wilg aan het janken zou krijgen, dáár bestaat niet de minste twijfel over. Merritt, die een solocarrière heeft als Whip (zie 'Atheist Lovesongs to God' en 'Blues for Losers'), is de hoofdman van Timesbold, een miskende Amerikaanse band uit de schemerzone tussen folk, country en rock. 't Was vier jaar uitkijken naar hun derde cd, maar 'Ill Seen Ill Sung' is het wachten waard geweest. Dit bescheiden pareltje plaatst een trait-d'union tussen Sixteen Horsepower (zonder de religieuze toon, maar met de oudtestamentische beeldspraak) en Songs: Ohia (het smartelijke 'All Readymade' had op het klassieke 'The Lioness' kunnen staan). En dankzij songs als het onheilszwangere 'Takeaway' zullen de fans van Will Oldham er zich evenmin een buil aan vallen. Maar Timesbold is niet voor één gat te vangen. 'Canção bebendo' is een naar het Engels vertaalde Portugese traditional die herinnert aan de rootstronica van Califone, en 'Hollow Halo', aanvankelijk een rustige banjosong, vouwt open tot cinemascope à la Mercury Rev. Maar dit is géén stelletje copycats met een hippe collectie americana op de iPod: al die referenties zijn louter aanknopingspunten, en na een paar draaibeurten herinnert Timesbold alleen aan Timesbold zelf. 'Ill Seen Ill Sung' heeft niets met de 21ste eeuw te maken; het is een schuiloord voor weemoedigen die, far from the madding crowd, lafenis zoeken voor hun gekwelde ziel. Afspraak onder de treurwilg!

Review (De Morgen) : Voor het eerst sinds Eye Eye uit 2004 heeft zanger en songschrijver Jason Merritt eindelijk weer een plaat gemaakt met het uit Brooklyn afkomstige kwintet Timesbold. Niet dat hij de voorbije vier jaar in ledigheid heeft doorgebracht, want intussen trakteerde hij ons op twee cd's van zijn bijnasoloproject Whip. Met de titel Ill Seen Ill Sung probeert de man potentiële criticasters een stapje voor te blijven, al is dat eigenlijk nergens voor nodig. De nieuwe van Timesbold is immers een puike, gevarieerde plaat van een gezelschap dat meer dan één trucje in de vingers heeft. De sinistere songs wortelen eens te meer in de rijke Amerikaanse folk- en bluestraditie, maar worden rijk en sfeervol geïnstrumenteerd met banjo, viool, zingende zaag, klarinet en meer. In 'Fencepost', een flard zigeunerblues die baadt in Slavische melancholie, het langzaam voortstrompelende 'Take Away' en het dreigende 'When I come around' leidt dat alvast tot beklijvende resultaten. Merritts klagerige, regelmatig overslaande stem is nauw verwant aan die van Bonnie 'Prince' Billy en als tekstschrijver toont de artiest eenzelfde voorliefde voor archaïsch woordgebruik. Af en toe ruilt Jason Merritt zijn introvertie wel voor pseudo-uitbundigheid, zoals in het van oorsprong Portugese drinklied 'Cançao Bebendo' of het sober aangezette 'Any Lethal Storm', dat uitmondt in een wervelende climax. Geen twijfel mogelijk: Ill Seen Ill Sung is Americana van het zuiverste water én de bovenste plank (Zeal Records) (Dirk Steenhaut) (****)