PENDRAGON : THE MASQUERADE OVERTURE

 

  1. The Maquerade Overture
  2. As Good As Gold
  3. Paintbox
  4. The Pursuit Of Excellence
  5. Guardian Of My Soul
  6. The Shadow
  7. Masters Of Illusion
    Bonus (Live in Krakow) :
  8. The Last Man On Earth

Label : Monsters Of Rock

Release Date : September 10, 1996 (2002 remaster)

Length : 71:43

Review (ProgWereld) : Geplaagd door een gebrek aan absolute erkenning, gefrustreerd door het hedendaagse downloaden en één van de vaandeldragers van symfonische neo-prog. Zo zou je kort maar krachtig Nick Barrett kunnen omschrijven. Of ben ik dan tóch niet helemaal volledig? Nee. Want of je het nu met dit eerste deel van de karakterschets eens bent of niet, er bestaat weinig twijfel over dat Barrett (zonder zijn medebandleden tekort te doen trouwens!) met “The Masquerade Overture” ook vader is van tenminste één klassieker. Voor mij was “The Masquerade Overture” in 1996 een eerste kennismaking met het begrip neo-prog. Als puber in de jaren ’80 beleefde ik sedertdien veel meer plezier aan (prog)metalbands. De groten der aarde zoals Pink Floyd en Rush hadden natuurlijk een plekje in de platencollectie en van Genesis kende ik vooral Follow You Follow Me en het hitlijstenwerk, wat ik later steeds meer ben gaan waarderen (evenals al het andere Genesismateriaal!), maar op dat moment helemaal niks vond. Van Pendragon had ik nog nooit gehoord. Mijn aandacht werd getrokken door een recensie in muziekblad OOR waarin o.a. stond dat TMO een fraai symfonisch werkstuk was, ware het niet dat Barrett eens moest proberen wat minder muziek in één song te stoppen. Daarbij stond de afbeelding van de betreffende cover die ik tot op de dag van vandaag erg aansprekend vind. Al met al was mijn nieuwsgierigheid gewekt en vertrok ik richting platenboer om een exemplaar aan te schaffen… De opener en titelsong bezorgde mij alvast koude rillingen, wat een poeha zeg (ik was duidelijk nog niet gewend aan deze manier van openen, maar dat zou later goed komen). Een heel stuk beter werd het vanaf As Good As Gold. Deze intro gaf mijn door metal geplaagde oren veel comfort en ik werd er zelfs wat emotioneel van. Die toetsen, die zang, die heldere productie… geweldig! En dan na 1:30 minuut dat moment waarop de neo-prog zich in alle hevigheid openbaarde, ik werd werkelijk van m’n sokken geblazen door de intensiteit van alles wat mij bereikte, er gebeurde zoveel dat het nauwelijks te bevatten was. En wat ik met mijn nieuwsgierige en onrustige karakter nou juist zo lekker vond, in tegenstelling tot de recensent van OOR, was de afwisseling. Zwijgend bleef ik met de koptelefoon op in mijn stoel hangen (ook toen al had ik de gewoonte elke plaat in elk geval de eerste keer te beluisteren met een koptelefoon) in afwachting van wat zou komen: Paintbox. Wederom zo’n sfeervolle intro, Gilmouriaans gitaarspel, fluit, mooie zang met poëtische teksten, aanzwellende toetsen, heerlijk. Ik werd al vrolijk toen ik zag dat ook deze song weer lekker lang was en als de bas subtiel bijvalt loopt de spanning op. Koorzang vult aan, gitaar gaat nog wat meer huilen, toetsen worden zwaarder en dan de versnelling. Een groovende bas, zingende toetsen, weer die gitaar, het samenspel als het einde nadert, wat een genot. ‘Nogal bombastisch, niet?’ sprak mijn vriendin later toen ik haar confronteerde. Ja, geweldig, zei ik trots. Dan krijg ik met The Pursuit Of Excellence ineens een koude douche, wat een draak zeg. Op naar Guardian Of My Soul. Ah, gelukkig. Twaalf minuten neo-prog in optima forma. Wel is duidelijk dat Abraham de mosterd blind weet te vinden, want hier komt Pink Floyd, en dan met name High Hopes wel erg duidelijk voorbij. Dit is dan toch die wankele balans tussen ‘interpreteren van klassiekers’ en ‘kopiëren van klassiekers’. Zou dit ook onder het stelen van muziek vallen? Desalniettemin is dit natuurlijk een juweel van een song met speciale aandacht voor het spetterende gitaar- en toetsenwerk wat invalt na een lekker donker stuk muziek. The Shadow kent weer een meesterlijke opbouw, wat over het gehele album sowieso wel de sterkste troef is. Elke nieuwe wending binnen een song komt zo weldadig en vanzelfsprekend dat het een aaneenschakeling van hoogtepunten wordt. De laatste twee minuten moeten gewoon luidkeels worden meegezongen. En alsof het dan nog niet mooi genoeg is trekt Masters Of Illusion buitengewoon fel van leer. Tussen twee speakers ingeklemd word je van links naar rechts geslagen om vervolgens te worden bevrijd door, jawel: Pink Floyd. Mij maakt het inmiddels niets meer uit waar de muziek zijn oorsprong vindt, dit is gewoon mooi en meer dan goed gejat. En door de eigen inbreng, sterke opbouw en herkenbare productie heeft Pendragon wel degelijk een eigen geluid. Hoewel ik de afgelopen jaren altijd een lichte voorkeur heb gehad voor dat andere neo-prog-bandje IQ en het meesterwerk “Subterranea” natuurlijk op eenzame hoogte staat, valt niet te tornen aan de klasse van “The Masquerade Overture”. Het is zonder meer het opus magnum van Pendragon en onmisbaar in de geschiedenis van het genre. En Nick, speciaal voor dit album een welgemeend: bedankt!

Review (ProgArchives) : Pendragon have never (yet!) received the recognition they undoubtedly deserve. "The Masquerade Overture" is probably their best album to date, but the quality of virtually all of their product is very high indeed. There are certainly all the right ingredients here for a good neo-prog album with similarities to Marillion, Arena, IQ etc, and derivative influences of Genesis and to a lesser extent YES. Long tracks, time changes galore, swirling keyboards, melodic guitars, choral overtures, etc., there all here by the bucket load. For me, the best track is "The shadow" a definitive prog track if ever there was one. It opens with an "Entangled" like vocal section with acoustic guitar and keyboard orchestration. As the sound builds, through synthesiser breaks and guitar interludes, the pace quickens slightly, the track at times being suddenly but briefly set free in bursts of heads down rock. The impact of these bursts is quite magical, giving the track a unique identity. The track closes with a symphonic cascading vocal refrain, quite magnificent. The opening section of the album is also highly notable. A brief operatic overture leads into "As good as gold" another piece of classic symphonic neo-prog, Clive Nolan creating layers of lush keyboard sounds on which the track is based. The remaining tracks are all excellent slices of neo-prog at its finest, there really is not a weak offering to be found here. That said, unlike other similar albums, "The Masquerade overture" does not demand to be heard as a complete piece, the tracks being equally enjoyable when heard in isolation. Clive Nolan spreads his talents among many projects but with all of them, while there's a diversity, there is also a consistency of quality. If you are unfamiliar with Pendragon's work this is an excellent place to start, you will not be disappointed.