JONATHAN WILSON : DIXIE BLUR

  1. Just For Love
  2. '69 Corvette
  3. New Home
  4. So Alive
  5. In Heaven Making Love
  6. Oh Girl
  7. Pirate
  8. Enemies
  9. Fun For The Masses
  10. Platform
  11. Riding The Blinds
  12. El Camino Real
  13. Golden Apples
  14. Korean Tea

Label : Bella Union

Release Date : March 6, 2020

Length : 55:10

Review (AllMusic) : After Jonathan Wilson released 2018's wonderful Rare Birds, he realized he'd taken his third album of Topanga Canyon psychedelia-drenched singer/songwriter sound to its zenith, and needed a new direction. He found it inadvertently while appearing on NPR's eTown with Steve Earle. The elder songwriter advised him to travel to Nashville and take advantage of its top-notch studio aces. Wilson was more than intrigued. He headed East and enlisted Wilco's Pat Sansone as co-producer. The next call was to the iconic fiddler Mark O'Connor. Growing up in North Carolina, Wilson recalled with excitement the fiddle's place in country, mountain, and bluegrass music. O'Connor hadn't been a session musician since the '90s, but Wilson pleaded and cajoled convincingly and he agreed to participate. He and Sansone hired an illustrious cast of sidemen: guitarist Kenny Vaughn, bassist Dennis Crouch, pedal steel player Russ Pahl, Jim Hoke on woodwinds and harmonica, drummer Jon Radford, and keyboardist Drew Erickson. They all holed up at Cowboy Jack Clement's Sound Emporium Studio for six days and cut the album live from the studio floor; there are precious few overdubs. Dixie Blur sounds exactly like what it is: Wilson's take on Americana, country, bluegrass, and West Texas dancehall music. The set is as cosmic as it is country. Despite looking in the rearview at familial and cultural inspirations of yore, Wilson doesn't leave the Topanga Canyon completely behind. "Heaven Makin' Love" comes out of the gate sounding like an early Eddie Rabbitt track before O'Connor, Vaughn, and Pahl surround Wilson's tender vocals with a wonderfully charged fusion of mariachi and Doug Sahm's brand of Tex-Mex, complete with jangly Left Coast psychedelia in the bridge. "So Alive" weds rootsy Americana to bluegrass with acoustic flatpicking from Vaughn doing his best Doc Watson as O'Connor's fiddle swirls around him. "'69 Corvette" recalls Harvest-era Neil Young with its poetic lyrics offering a narrative of longing and homesickness and accompanied by crying pedal steel. The overdubbed backing chorus is forlorn and Baroque-sounding. "O'Girl" is an outlier with its lilting woodwinds, rock & roll snares, and screaming electric leads amid swelling vocal choruses and keyboards. Meanwhile, the erstwhile early rock & roll on "Enemies" evokes Phil Spector and Jack Nitszche in a maximalist country song. "El Camino Real" is a stomping country-bluegrass jam with upright piano, wailing fiddle, and jangling guitars. The album closer is a re-recording of "Korean Tea" that Wilson originally cut with Muscadine in the '90s. This version offers a modern take on Wilson's Topanga Canyon sound. Dixie Blur is Wilson's most personal and direct collection of songs. They are wrought poetically from memory and inspired by the excellence of the sublime performances from his sidemen.

Review (Written In Music) : Jonathan Wilson gaat op zijn vierde album, het veelzeggend getitelde Dixie Blur, terug naar de muziek van zijn jonge jaren in North Carolina, de muziek van 'The South'. Het was Steve Earle die hem adviseerde voor zijn nieuwe plaat naar Nashville te gaan, een advies dat Wilson graag ter harte nam. In Nashville werkte Wilson samen met Pat Sansone (Wilco) als producer en een trits door de wol geverfde sessiemuzikanten uit de regio, waaronder Mark O'Connor op fiddle. Het levert een album op dat vanzelfsprekend flink afwijkt van Wilsons voorgaande releases als Fanfare (2013) en Rare Birds (2018), albums waarop hij onder meer het geluid van LA uit de jaren zestig en zeventig terughaalde en regelmatig zijn vleugels uitsloeg met lange, rijk gearrangeerde, geestverruimende songs. Op Wilsons albums viel veel te ontdekken en te genieten, al kreeg de multi-instrumentalist soms de opmerking mee dat hij wel erg veel tegelijkertijd wilde. Dixie Blur is traditiegetrouw weer een rijkgevuld album geworden, al houdt Wilson het deze keer onder de zestig minuten. Er staat voldoende moois op de plaat: opener Just For Love, verfraaid door fluit, is ronduit weldadig. Het buitengewoon sterke fiddlespel van Mark O'Connor maakt het nostalgische, intieme 69 Corvette helemaal af. Ook het jachtige So Alive profiteert hiervan. De jongste single, Oh Girl, begint als een pianoballad en kruipt direct onder de huid. Langzaam warmt de song qua sound en melodie op en wordt daar alleen maar beter van. Wilson serveert nog een speels rockende wending en maakt dit hoogtepunt af met een harmonica-injectie. Afsluiter, en eveneens single, Korean Tea is van hetzelfde niveau. Ook hier mooie, melodieuze sfeerscheppingen met piano, akoestische gitaar en (verrassend) rim shots. Een fijne, zwoele, bijna nederige song. Wilson levert met veertien nummers wederom veel muziek. Niet al het songmateriaal is even dwingend of sterk qua melodie. In dit qua stijl en tempo gevarieerde werkstuk vol Amerikaanse rootsmuziek (americana, honky tonk, hillbilly en country) en pastorale, weelderige pop blijven niet alle songs hangen. Na de sterke openingstracks duurt het even voordat Wilson je weer vastgrijpt en op de tweede helft van de plaat dreigt de aandacht ook wat te verslappen. Less is more geldt ook voor Jonathan Wilson, al is het natuurlijk verleidelijk om, als je in Nashville met ervaren muziekrotten mag opnemen, zo veel mogelijk materiaal op je album te zetten. Veertien songs betekent natuurlijk ook dat er nog wel wat meer vermeldenswaardige tracks zijn dan de eerdergenoemden. Het wat meer geproduceerde, grootser klinkende Enemies knikt naar de jaren tachtig en is, zonder dat het een hoogtepunt is, een welkome zijsprong. Melancholieke sferen, verfraaid door fingerpicking, steelgitaar en harmonica maken van Platform ook een fijne song. De bedwelmende uitloop is een prettige verrassing. Jonathan Wilson kom dit voorjaar naar Europa en zal ook Nederland aandoen. In de zomer gaat het roer echter alweer om. Dan gaat hij, zoals al eerder gebeurde, met Roger Waters op rondreis. Deze keer in het kader van diens This Is Not A Drill Tour. Tot die tijd echter kan Wilson zijn muzikale koerswijziging met enkele tientallen optredens op de Amerikaanse en Europese podia live komen brengen.

Review (Oor) : Jonathan Wilson gaat graag zijn eigen gang. Dat leidde in het verleden onder meer tot Rare Birds. De verwijzing naar vrije vogel was in 2018 snel gemaakt, omdat de singer-songwriter uit Californië op zijn derde plaat allerlei kanten op ging: pianoballadewerk, softpop, symfopop, old school country, westcoastpoprock en zelfs glamrock. De muziek op opvolger Dixie Blur is honkvaster, als gevolg van 'terug naar mijn roots'-heimwee tijdens een wereldtournee als gitarist, zanger en leider van de band van Roger Waters en een gesprek van Wilson met alt.country-eminentie Steve Earle. Dixie Blur is in zes dagen in Nashville opgenomen met plaatselijke hotshots, waarvan pedal steelgitarist Russ Pahl en violist Mark O'Connor de meest prominente bijdragen leveren. De veertien liedjes staan voor Americana in diverse gedaanten en wat rock. In de rustige hoek zitten twee songs ('69 Corvette en Korean Tea) met een hoog Mark Knopfler-gehalte. En Toots Thielemans lijkt te zijn gereanimeerd om een mondharmonicapartijtje mee te blazen in Golden Apples. De meer uitbundige kant kent een paar hillbillyliedjes, met een O'Connor die dansers achter de vodden zit. Het groots aangezette Enemies is een halfslachtige poging tot het genereren van Springsteen-pathos en is het minste nummer. Maar de opnieuw melancholiek gestemde Wilson is erin geslaagd om weer veel hoogwaardig materiaal af te leveren. Om een Kruidvat-slogan te parafraseren: albums van Jonathan Wilson - steeds verrassend, altijd prima.

Review (Luminous Dash) : Jonathan Wilson heeft met Dixie Blur een nieuw soloalbum uit. Wilson kennen we vooral ook als gitarist, zanger en leider van de band van Roger Waters, en als producer (Father John Misty, Dawes, Conor Oberst). Voor Dixie Blur strikte hij Wilco's Pat Sansone als co-producer. Wilson heeft een voorliefde voor de seventies en beweegt zich doorgaans lichtvoetig tussen folk, psychedelische softrock en r&b, zoals op zijn laatste album Rare Birds. Vanuit een gevoel van heimwee ging de West Coaster dit keer op zoek naar zijn roots, daartoe aangemaand door country-legende Steve Earle. Die roots liggen in het zuid-oosten, in North-Carolina. Hij trok naar Nashville om daar, in de legendarische Sound Emporium Studio, op zes dagen tijd de nummers zo goed als live op te nemen met gerenommeerde sessiemuzikanten: Mark O'Connor (fiddle), Kenny Vaughan (gitaar) Dennis Crouch (bas), Russ Pahl (pedalsteel), Jim Hoke (harmonica, houtblazers), Jon Radford (drums) en Drew Erickson (keyboards). Een aanzienlijk verschil met zijn gebruikelijke stap-voor-stap aanpak als multi-instrumentalist. Dat leverde veertien tracks op: een combinatie van de bluegrass, country en americana-muziek waarmee hij opgroeide. Bijzonder knap gemaakt, vol akoestische arrangementen. Op zijn best als de fiddle van Mark O'Conner een hoofdrol opeist (69 Corvette, So Alive, In Heaven Making Love). Oh Girl is een hoogtepunt, met een mooie harmonica halverwege. Af en toe dreigen de zoete Golden Apples wat melig te smaken, en is er de onvermijdelijke lik pathos (Enemies). De hoes lijkt ons kanshebber in de categorie lelijkste van het jaar. Maar we krijgen toch bovenal warme, overdachte en melodierijke songs te horen, vol melancholie en heimwee. Liefhebbers reppen zich op 6 april naar de Botanique in Brussel, waar Wilson met full band het album komt voorstellen.