BOB DYLAN : BRUSSELS 2025 SECOND EVENING |
||
Disc One (48:34)
Disc Two (57:59)
Label : no label Venue : Henry Le Boeuf-zaal, Bozar, Brussels, Belgium Recording Date : October 27, 2025 Quality : Audience Recording (A-) Concert Review (De Standaard) : Enkele weken geleden liep ik in een horeca-etablissement een bekende dylanoloog tegen het lijf (de man wil liever anoniem blijven, ik kan alleen meegeven dat hij de frontman is geweest van onder andere De Laatste Showband en Riguelle & Hautekiet). Ik vroeg hem of hij ook in Bozar naar de meester ging kijken. “Nee”, zei hij, “ik ga niet meer kijken, ik wil hem niet zien aftakelen”. De man heeft Dylan een keer of tachtig gezien, zei hij, (denk ik toch, het gesprek vond nogal laat op de avond plaats), dat wil dus wat zeggen. Na ’s mans vorige passage in de Lotto Arena (ik heb het nu over Bob Dylan, niet over de zanger van De Laatste Showband en Riguelle & Hautekiet) had ik dat ook gezworen: nooit meer, het was genoeg geweest. Het dozijn concerten dat ik voordien van hem had gezien, voornamelijk in die andere bunker, Vorst Nationaal, varieerde tussen matig en rotslecht (met af een toe een flits van genialiteit). Maar dat laatste optreden sloeg werkelijk alles: slecht geluid, onherkenbaar vermalen songs, een duidelijk ongeïnteresseerde performer die zich achteraan op het podium achter een piano verborg waaruit hij vooral noten haalde die niets met de songs van doen hadden. En die werkelijk álle contact met zijn publiek probeerde te vermijden (en daar wonderwel in slaagde). Nooit meer, dus. Maar toen kwam het nieuws dat Dylan bij zijn nieuwe (laatste?) passage door ons land de grote betonnen bunkers links zou laten liggen en drie avonden op rij in de Zaal Henry le Boeuf van Bozar zou optreden. Een prachtige zaal met een uitstekende akoestiek en plaats voor een goeie 2.000 toeschouwers. Zo’n uitgelezen kans om de man in een intieme setting van dichtbij aan het werk te zien, kun je niet laten liggen. Zelfs niet als de tickets tussen 150 tot 200 euro kosten. In die zaal zou de intimistische muziek die hij tegenwoordig maakt, vast beter tot zijn recht komen. Wie weet, zou hij eindelijk een keer goedgezind op het podium staan – of zitten. Misschien zou hij zelfs met zijn tengels van die vermaledijde piano blijven. Of was het naïef om dat allemaal te denken? Aanvankelijk leek het inderdaad naïef om dat allemaal te denken. Dylan begon tien minuten te vroeg aan zijn twee uur durende set, om de mensen die nog net op tijd kwamen het gevoel te geven dat ze te laat waren. Pestkop. Of deed hij het omdat hij op zijn leeftijd (wat kwam hij toch als een stram oud mannetje het podium op geschuifeld) om tien uur ’s avonds in bed moet liggen? In ieder geval, openingsnummer ‘I’ll be your baby tonight’ leek weer nergens naar. Slechte klank, nauwelijks hoorbaar gezongen, een rammelig rommeltje. De enige positieve noten: dat je hem kon zien zitten aan zijn piano en dat hij de juiste noten speelde op die piano. Daarna werd het nog erger: ‘It ain’t me babe’ begon met een veel te lang uitgesponnen instrumentale intro, waarbij Dylan voor het eerst sinds lang elektrische gitaar speelde (gezeten op zijn pianokruk, met zijn rug naar het publiek). Zijn gesoleer klonk zo vreselijk dat je alleen maar kon denken: draai je om en speel weer piano, kerel. Maar zie: daarna ging het alsmaar beter. Veel beter. De songs van Rough and rowdy ways, zijn recentste (laatste?) album zijn hem en zijn band duidelijk dierbaarder dan het oude spul, en neem het hen eens kwalijk. ‘I contain multitudes’ ging nog aarzelend van start, maar ‘False prophet’, ‘Black rider’, ‘My own version of you’ en ‘Crossing the Rubicon’ klonken geweldig. De klankbalans was ineens beter afgeregeld, de band vond zijn groove en Dylan zowaar zijn stem. En zijn pianospel is er met rasse schreden op vooruitgegaan, hoe raar is dat. Zou hij in het woonzorgcentrum lessen hebben gevolgd? Het publiek voelde dat er iets broeide en bedolf zijn held onder warm applaus en liefde. Dat leek hem weer geen lor te kunnen schelen, maar toch klonk hij geïnspireerder dan we hem in tijden (ooit?) hebben gehoord. Hij leek zich bijna te amuseren. Dat leverde tussen het recente werk door nog een memorabele, swingende versie op van het bijna vergeten pareltje ‘To be alone with you’. De bossanovaversie van ‘When I paint my masterpiece’, die een jaar geleden zo op onze zenuwen werkte, klonk nu sympathiek. Mensen sprongen zelfs uit hun stoeltje bij de regel ‘I left Rome, and landed in Brussels.’ Het was zo mooi dat het te mooi was om te blijven duren. Vanaf ‘Desolation row’ was het beste eraf. Onze held was moe, of verveeld, of iets anders dat alleen Dylan kan zijn, maar hij schakelde overop automatische piloot. In ‘Key West’ (wat een rare song is dat toch) flakkerde hij af en toe nog even op, maar dan ging hij kopje-onder, om pas in slotsong ‘Every grain of sand’ weer boven water tekomen. Dat nummer is natuurlijk zo prachtig dat het iedereen boven water doet komen. Hij gunde ons geen bisnummers. Hij heeft weer geen woord gezegd. Maar dat geeft niet, je kon hem eindelijk nog eens zíén, het was mooi, en dit warme optreden heeft alle plooien tussen onsgladgestreken. Hij zal blij zijn als hij dat verneemt. De afwezigen hadden deze keer ongelijk. Ja, zelfs de frontman van De laatste showband en Riguelle & Hautekiet heeft soms ongelijk. Concert Review (Humo / De Morgen) : Bob Dylan bracht in Bozar twee absolute hoogtepunten: rock-’n-roll én eenzame tranen Zou vanavond de laatste keer zijn geweest dat ik Bob Dylan naar zijn mondharmonica heb zien grijpen? Dat mijn haren als in een militair saluut rechtsprongen bij ‘It’s All Over Now, Baby Blue’? Dat ik kon hopen – tevergeefs – op een flard ‘Just Like a Woman’? Eén ding is zeker: zijn eerste van drie buitengewoon intieme Bozar-avonden had de afdronk van een Dylan grand cru. Het mocht traag op gang komen, want de rest van de set zou klasse op overschot hebben. Nee, ‘I’ll Be Your Baby Tonight’ (uit het onderschatte ‘John Wesley Harding’ van 1967) en het doorgaans zielsontroerende ‘It Ain’t Me, Babe’ (de mooiste break-upsong aller tijden, moest Dylan niet stommelings óók ‘It’s All Over Now, Baby Blue’ hebben gepend, de dommerik!) waren niet op niveau. In de eerste song overstemden de gitaren van Bob Britt en Doug Lancio elk woord van Dylan (zijn stem stond veel te stil) en van dat tweede had ik pas na anderhalve minuut door dat het ‘It Ain’t Me, Babe’ was. De meeste van zijn radicale herwerkingen kan ik pruimen, deze niet. Vanaf het derde nummer zat de geluidsmix wél goed. ‘I Contain Multitudes’ (Dylans variant op de door hem zo geliefde Arthur Rimbaud-zinsnede ‘Je est un autre’ en ondanks alle Walt Whitman- en Edgar Allan Poe-verwijzingen één van zijn persoonlijkste, onthullendste songs) was een gezapig, zompig swingdeuntje, vettiger dan op plaat. De killer riff van ‘False Prophet’ bevestigde: we zouden vanavond vooral naar jazzy, uit een naar whisky meurende jukebox opspattende blues luisteren. Ook de acht nummers die niet op ‘Rough and Rowdy Ways’ staan (díé plaat speelde hij, behalve het 20 minuten durende ‘Murder Most Foul’, integraal) klonken vanavond even honky-tonk en zwalpend als de rest: één groot bacchantisch geheel. Door ‘When I Paint My Masterpiece’ (eerst opgenomen door The Band, wel degelijk geschreven door Dylan) waaide een kloeke woestijnwind en een zonnig Calexico-gitaartje – zo zonnig dat het bijna als een trompet klonk. ‘Black Rider’ – de favoriete Dylan-song van Alison Mosshart van The Kills, maar dat terzijde – werd in deze ingetogen versie een spookachtige oude horrorsong en ‘My Own Version of You’ fleurde op dankzij de drumroffels van nieuw bandlid Anton Fig. De upright bass van Dylans rechterhand Tony Garnier liep overigens een heel optreden lang geen seconde in de weg. De mooiste zangpartij van de avond was de titelquote uit de ‘Nashville Skyline’-favoriet ‘To Be Alone with You’: vooral die ‘aloooone’ bleef trillen. En met het jivende, groovende, als een tiet swingende ‘Goodbye, Jimmy Reed’ (het op één na laatste nummer van de set, waarin Dylan éíndelijk zijn mondharmonica bovenhaalde) kroonde de bard zich weer eens tot ’s Werelds Grootste Blues- en Rock-’nrollkenner. Een titel die hij nu al decennialang uit de handen van een steeds gefrustreerder rondlopende Guy Mortier houdt. Maar de absolute hoogtepunten waren nog groter, nog indrukwekkender, nog straffer: ten eerste een episch triumviraat van uit hun voegen barstende songs, ten tweede een tot tranen toe beroerend duo van kleine liedjes. Het triumviraat kwam halverwege de set in de vorm van ‘Crossing the Rubicon’ (vast één van de weinige bluessongs over Julius Caesar), dat vanavond zo op ‘Highway 61 Revisited’ had gekund, ‘Desolation Row’, dat daar werkelijk op staat, en tot slot de moderne, dromerige, gezapige update van datzelfde ‘Desolation Row’, ‘Key West (Philosopher Pirate)’. Alle drie samen leken ze in het gedempte licht van de Henry Le Boeufzaal één lang gedicht te vormen: Homeros’ Odyssee vertaald in rock-’n-roll. Nog even een woordje over ‘Desolation Row’, tot nader order – de nieuwe Metejoor belooft veel interessant vertelmateriaal – mijn favoriete song aller tijden. Vanavond werd hij in een jachtig, triomfantelijk jasje gestoken. ‘They’re selling postcards of the hanging / They’re painting the passports brown’: bestaan er mooiere openingszinnen? Ik vergelijk ‘Desolation Row’ graag met John Steinbecks roman ‘Cannery Row’: een uit gelijke delen Allen Ginsberg, Federico Fellini en Franz Kafka bestaande lofzang op losers, outcasts en hobo’s. Bij Dylan dansten vanavond Albert Einstein, keizer Nero, Romeo, Assepoester, Ezra Pound, Noah, Ophelia, T.S. Eliot én Caïn en Abel vrolijk mee. En u! De twee kleine liedjes dan. Nu is ‘It’s All Over Now, Baby Blue’ sowieso, om het met de kids te zeggen, een cheat code van een song, maar toch kwam hij vanavond eens zo hard binnen. Dylan, goed bij stem, begon solo en kwetsbaar aan de piano. Op plaat (het onovertroffen ‘Bringing It All Back Home’) klinkt de tekst in al z’n hartverscheurendheid nog hups en zachtaardig, maar hier werd hij uitgebeend tot z’n trieste, eenzame essentie. In de laatste noot van ‘Baby Blu-e’ hoorde ik Dylan éven stokken. Het daaropvolgende ‘I’ve Made Up My Mind to Give Myself to You’ was de hoopvolle sequel, waarin harten weer werden gelijmd werden. Als vanavond e??ectief de laatste keer was dat ik Dylan – dat recalcitrante mysterie, die koppige stadsdichter, dat vrolijke huwelijk tussen hofnar en filosoof, die zwerver met een knapzak – mocht zien, als het straks écht all over now, Baby Blue is en als de Never Ending Tour het in de steeds hufteriger achterom loensende toekomst domweg voor bekeken houdt, dan zal ik me toch maar mooi die ene gestokte noot herinneren. Baby Blu-e! Concert Review (Cohenpedia) : Three Bob Dylan concert evenings on consecutive days in one city will only take place in Swansea, Wales, and Brussels, Belgium, on the „RARW“ Europe Tour 2025. I attended the second evening in Brussels today. The location, the stage, the band and the setlist remained unchanged. As on the previous evening, the audience consisted mainly of boomers. Some had already been seen yesterday evening. But despite the unchanged setlist, the concert does not remain unchanged, … it’s „not the same – it was a minute ago“, as it is aptly said in „Black Rider“. As a pilgrim to Dylan’s devotions, you like to pay attention to details and nuances. On one concert evening after the other, another space opens up for the pilgrimage into the interior of Dylan’s songs. The „conclusion“ first: „Things aren’t what they were“. If Dylan were one of those many mural painters from Montreal with the order to create a mural within 100 minutes, the workpiece would have been finished and perfect that evening. If Dylan were a restorer for a piece of furniture from the Swinging 6oies, who has the task of repairing a damaged sideboard within 100 minutes, the work of art would have been finished that evening and perfect. Dylan, however, is a singer/songwriter, but also a craftsman and artist. On day 2 of 3 in Brussels, „Dylan in concert“ once again delivered a musical and unfortunately also ephemeral masterpiece. From my point of view, it was finished and perfect. First and foremost, the sound was perfect from the beginning. Dylan’s voice was in form. He did not reach into the void in search of the microphone as he sometimes did the night before. Dylan’s instrumentation was once again impeccable in the interaction with his four-piece band and for long stretches you could understand almost every line, especially in the „spoken word“ songs. On the evening before, Dylan needed four to five songs to project a uniform picture of his current concert format into the ears and minds of his listeners. On day 2 of 3 in Brussels, he managed to do so from a standing start. Sound and voice were really perfect. The opener song „I’ll Be Your Baby, Tonight“ became the motto of the evening. And again, the differences between concert formats that seem the same lie in the details. Dylan re-enters the stage without greeting. He wears his black suit again. Again, he doesn’t look at the audience. He sits down at his piano and looks as if he is playing only for himself at first. The second song „It Ain’t Me, Babe“, – again a classic – also gets by without nostalgic attitude. Dylan doesn’t play the songs because they are classics, but because he seems to want to play them at the moment. This joy of playing is probably also a reflection of his form on the day. Today, after the less playful concert the day before, she increases from song to song. His piano, guitar and harmonica playing unfolds between blues, folk and cool jazz-like spoken word style with a dash of bossa nova. The band supports in the background. She remains discreet and always takes a masterly back when the master himself is in his element. Again, „When I Paint My Masterpiece“ – with Bob on guitar for the second time this evening – becomes a „masterpiece“. Worth mentioning, but not really conducive to the concert: Dylan stays seated until „Masterpiece“, only gets up briefly for „Masterpiece“ to perhaps give the audience the feeling that he is trying not to hide behind his piano in the darkness all the time. Dylan plays louder and faster this evening. The stage hardly changes the light. Everything remains in dark green. The large headlights remain switched off. The small spotlights offer a kind of evening living room atmosphere. House music is the order of the day and Dylan plays the impresario, whom you can listen to making music at home. If the hall at BOZAR wasn’t sold out, you might get the impression that Dylan and his band are doing a good-humoured warm-up home session for the next show. – „We don’t dare to miss it.“ – No, this concert is not like the previous one. Dylan seems to want to prove to himself that bad playing moods can also be followed by good playing moods. On „Watching The River Flow“, he picks up the guitar for the third time this evening. After 100 minutes, the concert ends again with „Every Grain of Sand“. Bob Dylan appears in front of his piano for 20 seconds before disappearing again without a word. The hall cheers and offers standing ovations and hopes for an encore. The hall lights remain switched off for a disproportionate amount of time. Then the light goes on and a brief moment of hope for an „encore“ disappears, just as Dylan disappeared. The evening was different, once again different and above all „not the same“, but then Dylan was gone – „it was a minute ago“ when he was still on stage. – Tomorrow he will be there again. Again it will be: „Things aren’t what they were“. – The best feeling of authenticity that Bob Dylan can give us. |
||